Eigen schuld bij ladingdiefstal - een kans voor de vervoerder

November 2019

Inleiding

De plicht van de wegvervoerder is om de vervoerde goederen af te leveren in de staat waarin hij de goederen heeft ontvangen. In de woorden van prof. Claringbould: “goed erin, goed eruit!”. Als de vervoerder die verplichting schendt (doordat de goederen tijdens het vervoer zijn beschadigd of verloren) is hij in beginsel aansprakelijk.

Voor nationaal wegvervoer zijn de aansprakelijkheid van de vervoerder en zijn eventuele verweren (bijvoorbeeld overmacht of ontheffingen van aansprakelijkheid), geregeld in boek 8 van het Burgerlijk Wetboek (art. 8:1080 e.v. BW). Voor internationaal wegvervoer geldt het CMR-Verdrag.

Een vraag die in de jurisprudentie niet vaak aan de orde is gekomen, is of een vervoerder die aansprakelijk is voor schade aan of verlies van de lading een beroep kan doen de “eigen schuld”-bepaling van art. 6:101 BW. Over die vraag heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant zich gebogen.

De casus

Een wegvervoerder moest dagelijks enkele tientallen containers vervoeren van Moerdijk naar een loods elders in Nederland. Daar werden de containers gelost. De lege containers moesten weer worden teruggebracht naar Moerdijk. Omdat de loods alleen in de ochtend een losploeg beschikbaar had en de loswerkzaamheden meteen ’s ochtends vroeg moesten beginnen, was tussen de afzender, de vervoerder en de ontvanger afgesproken dat de vervoerder ‘s middags alvast containers mocht neerzetten op een terrein naast de loods, de zogenaamde “buffer”.

Op de ochtend zelf hoefden de containers dan alleen nog uit de buffer worden gehaald en aan het losdok worden gezet. De lege containers werden weer meegenomen en in Moerdijk ingewisseld voor volle containers die (als het nog ochtend was) meteen werden gelost of (in de middag) in de buffer werden gezet tot de volgende ochtend. Het gebruik van de buffer had twee voordelen: de losploeg kon vanaf ’s ochtends vroeg doorlopend lossen en er hoefden minder chauffeurs te worden ingezet. Het gebruik van de buffer was dus met name bedoeld om de afzender en de ontvanger te accommoderen.

De buffer werd beheerd door de ontvanger en was enkel voorzien van een hek met een hangslot. Op een ochtend bleken er twee volle containers te zijn gestolen uit de afgesloten buffer. De afzender stelde de vervoerder aansprakelijk voor het verlies van de goederen.

Normaal gesproken heeft een vervoerder de volgende verweren: hij kan een beroep doen op overmacht, op een ontheffingsgrond en/of op de limiet. Vanwege het gewicht van de gestolen goederen speelde de limiet van art. 8:1105 BW, van € 3,40 per kg, in dit geval geen rol.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelde vast dat het vervoer nog niet was geëindigd toen de containers in de buffer werden geplaatst. De overeengekomen plaats van aflevering was het losdok, en daar waren de containers nog niet afgeleverd. De diefstal vond dus plaats tijdens de periode van vervoer.

Daarmee stond vast dat de vervoerder niet had voldaan aan zijn verplichting om de goederen af te leveren in de staat waarin hij die had ontvangen (art. 8:1095 BW).

De vervoerder deed een beroep op overmacht en voerde daarbij aan dat hij alle maatregelen had genomen die redelijkerwijs mogelijk waren geweest: de trailers waren voorzien van kingpin-sloten, de trailers waren afgeblokt neergezet waardoor zij niet zomaar konden worden weggereden en het hek was afgesloten met het hangslot. De rechtbank besliste echter dat de vervoerder de containers ook pas op de ochtend zelf had kunnen aanleveren. Om die reden had de vervoerder niet alle mogelijke maatregelen genomen om de diefstal te voorkomen en was er geen sprake van overmacht.

Een ontheffingsgrond (dat wil zeggen een bijzonder risico dat de schade kan hebben veroorzaakt, zoals behandeling van de lading door de afzender of de ontvanger, of een eigen gebrek aan de lading) deed zich niet voor.

De vervoerder kwam dus geen beroep toe op overmacht en kon geen ontheffingsgrond inroepen. Hij was dus aansprakelijk. Maar moest hij dan ook alle schade vergoeden, ook al had hij geheel conform afspraak gehandeld en ging hij niet over de beveiliging van het terrein?

Nee, zo oordeelde de rechtbank.

In boek 6 BW staat een bepaling over “eigen schuld” van de benadeelde (art. 6:101 BW). Dit artikel hoort bij het schadevergoedingsrecht en houdt in dat de vergoedingsplicht van de aansprakelijke partij wordt verminderd in evenredigheid met de mate van eigen schuld van de benadeelde of van een derde die voor risico van de benadeelde handelt. Die derde is bijvoorbeeld de ontvanger van de goederen.

De rechtbank past dit artikel toe en somt op welke omstandigheden leiden tot “eigen schuld” van de afzender: de vervoerder mocht gebruik maken van het terrein, het terrein behoorde toe aan de ontvanger en de ontvanger had zeggenschap over het terrein maar had (behalve het hangslot) geen veiligheidsmaatregelen getroffen. Vanwege deze omstandigheden moet volgens de rechtbank 50% van de schade voor rekening van de afzender blijven.

Wat is het belang van dit vonnis?

De vervoerder hoefde, ondanks zijn aansprakelijkheid, slechts de helft van de schade vergoeden dankzij de “eigen schuld”-bepaling. De rechtbank past dit “algemene” artikel toe in aanvulling op boek 8. Dit vonnis is, voor zover mij bekend, het eerste waarin de eigen schuld van de benadeelde is gebruikt om de schadevergoedingsplicht van de vervoerder te verminderen. Hiermee heeft de rechtbank recht gedaan aan het feit dat de vervoerder in dit geval niet veel aan het verlies kon doen.

Natuurlijk zullen de omstandigheden niet altijd zo duidelijk op eigen schuld wijzen. Daarnaast maakt één zwaluw nog geen zomer, maar misschien staat deze uitspraak wel aan een begin van een evenwichtigere verdeling van de schade die anders geheel bij de vervoerder terecht zou komen. Let wel, dit vonnis gaat alleen over nationaal wegvervoer. Er is geen Nederlandse rechtspraak bekend waaruit volgt dat dit ook zou kunnen bij CMR-vervoer. Een vorm van eigen schuld is ook daar echter niet ondenkbaar. In ieder geval biedt deze uitspraak kansen voor vervoerders die aansprakelijk zijn voor schade die mede is ontstaan door omstandigheden in de invloedssfeer van de afzender of de ontvanger.

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Heldere zaken

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2019 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden