Wie is de ‘aangever’ in het kader van douaneaangiften? Of wel: wie ‘doet’ de aangifte?

Juni 2021

Een foutje in een aangifte is zó gebeurd. Waar gehakt wordt, vallen immers spaanders. Wie is dan verantwoordelijk? De opdrachtgever (vertegenwoordigde) of de expediteur (vertegenwoordiger).

In een aantal kwesties die recentelijk bij de (economische) politierechter zijn behandeld, speelde deze vraag een grote rol nu het ging om het verwijt ‘het doen van een onjuiste aangifte’ (artikel 10:5 Algemene Douanewet) dat de expediteur kreeg. Wanneer ‘doe’ je een aangifte? En maakt het daarbij (ook) of er in het kader van directe of indirecte vertegenwoordiging is opgetreden? Op deze vragen geven wij in deze bijdrage antwoord.

Verschil directe en indirecte vertegenwoordiging
In Nederland is directe vertegenwoordiging mogelijk in alle douaneprocessen en (rechts)handelingen op grond van de douanewetgeving. Bij directe vertegenwoordiging handelt de vertegenwoordiger in naam en voor rekening van de vertegenwoordigde ("de verlengde arm"). In feite handelt de vertegenwoordigde, maar hij maakt gebruik van de arm van de vertegenwoordiger. Alleen de vertegenwoordigde is in principe verantwoordelijk voor de douane en / of fiscale gevolgen van de handeling. Zo bepaalt artikel 5 lid 15 (Douanewetboek van de Unie) DWU dat de vertegenwoordigde (en niet de direct vertegenwoordiger) aangever is. Als een aangifte tot een douaneschuld leidt (denk aan een aangifte voor het brengen in het vrije verkeer), dan is alleen de vertegenwoordigde de rechten bij invoer en andere belastingen bij invoer verschuldigd. Slechts in het geval beschreven in artikel 77 lid 3 DWU (het geval van indirecte vertegenwoordiging) zijn andere personen eveneens schuldenaar.

Indirecte vertegenwoordiging is tevens mogelijk in alle douaneprocessen en (rechts)handelingen op grond van de douanewetgeving. Bij indirecte vertegenwoordiging handelt de vertegenwoordiger in eigen naam, doch voor rekening van de vertegenwoordigde. Zowel de vertegenwoordiger als de vertegenwoordigde zijn in principe verantwoordelijk voor de douane en / of fiscale gevolgen van de handeling. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij de vertegenwoordiger. Ook hier geldt artikel 15 lid 5 DWU dat de vertegenwoordigde (en niet de indirect vertegenwoordiger) aangever is. Als een aangifte tot een douaneschuld leidt (denk aan een aangifte voor het brengen in het vrije verkeer), dan zijn echter zowel de vertegenwoordiger als de vertegenwoordigde de rechten bij invoer en andere belastingen bij invoer verschuldigd (artikel 77 lid 3 DWU).

Aangifte ‘verzorgen’, ‘indienen’ of ‘doen’
In het handboek Douane is onderscheid gemaakt tussen aangiften verzorgen, aangiften indienen en aangiften doen. We spreken van het verzorgen van aangiften als er in algemene zin wordt gesproken van vertegenwoordiging (dus zonder nadere aanduiding van de vorm waarin deze plaatsvindt). De (direct of indirect) vertegenwoordiger verzorgt de aangifte voor zijn opdrachtgever.

Bij directe vertegenwoordiging verricht de douaneagent een dienst, een feitelijke handeling die voor hem geen juridische binding tot gevolg heeft. Hij zorgt er alleen voor dat de aangifte van de belanghebbende bij de Douane aankomt. Hij handelt in naam en voor rekening van de belanghebbende. De belanghebbende is aangever en daardoor de persoon die juridisch wordt gebonden. De douaneagent dient de aangifte in.

Bij indirecte vertegenwoordiging doet de douaneagent aangifte in eigen naam. Dit heeft juridische gevolgen, want hij is hierdoor aangever en verantwoordelijk voor de inhoud van de aangifte en aansprakelijk voor het nakomen van de verplichtingen die samenhangen met het doen van aangifte. De douaneagent verricht een juridische handeling: hij doet aangifte. Zo bezien verschilt het derhalve of er op basis van directe of indirecte vertegenwoordiging is gehandeld.

De rechtbank
Hoe bekeek de rechtbank dit nu? In de casus was door de expediteur zowel op basis van directe als op basis van indirecte vertegenwoordiging gehandeld. De rechtbank overwoog dat de strafbepaling van artikel 10:5 Algemene Douanewet (het doen van een onjuiste aangifte) zich niet richt tot de ‘aangever’ maar tot ‘degene’ die onjuist of onvolledig aangifte doet. Daaruit volgt dan, naar het oordeel van de rechtbank, dat de expediteur (in dit geval) degene is die strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gehouden voor het doen van onjuiste aangifte.

Dit oordeel – an sich – is in lijn met het Handboek Douane daar waar het gaat om indirecte vertegenwoordiging. Echter, in het geval dat voor de rechtbank speelde, ging het ook om een situatie van directe vertegenwoordiging. In het Handboek Douane wordt voor die situatie juist aangegeven dat de expediteur geen aangifte ‘doet’, maar een aangifte ‘indient’. Dat ligt qua terminologie best dicht bij elkaar, maar gelet op het feit dát dit onderscheid wordt gemaakt, mag ook worden aangenomen dat hier onderscheid te maken is. Dat moet dan ook juridisch gezien onderscheid opleveren. De rechtbank maakt(e) dit onderscheid in directe of indirecte vertegenwoordiging niet.

De rechtbank greep – in dit kader – terug naar een ander onderdeel in het Handboek Douane waarin is opgenomen dat de douanevertegenwoordiger zelf verantwoordelijk is voor de juistheid van zijn handelen indien deze een aangifte doet in naam en voor rekening van een ander (geval van directe vertegenwoordiging). Dat is – uiteraard – in algemene zin juist. Echter, als de inhoud van de aangifte onjuist blijkt vanwege de onjuistheid van de ontvangen informatie van de vertegenwoordigde, dan kan toch moeilijk worden gesteld dat de expediteur fouten maakt. Laat staan dat de expediteur daarvoor in strafrechtelijke zin verantwoordelijk worden gehouden. Toch is dat nu wel het geval. Naar mijn mening ten onrechte, reden waarom dit oordeel in hoger beroep opnieuw wordt getoetst.

Justitiële documentatie
Het is van belang dat een strafrechtelijke aantekening (nog los van de hoogte van de boete) van invloed kán zijn op aanvraag of behoud van (douane)vergunningen. Er spelen derhalve ook andere belangen. Ook vanuit dat licht bezien, mag niet al te lichtzinnig worden gedacht (of worden beslist door Douane of rechter) over strafrechtelijke vervolging voor (relatief gezien) kleine overtredingen als een onjuiste aangifte (denk aan: een onjuiste goederencode of een onjuiste douanewaarde).

Conclusie
Een foutje in een aangifte kan zomaar leiden tot een strafrechtelijke vervolging, bijvoorbeeld door een fiscale strafbeschikking. De expediteur kan daardoor voor vervelende verrassingen komen te staan, waarbij – los van een boete – ook andere (bedrijfs)belangen op het spel staan. Het loont derhalve om te bezien of reactie richting Douane en/of rechter aangewezen is. Customs Knowledge kijkt graag met u mee!

Onze specialismes

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2021 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden