Wetswijziging milieuzorgplicht na ongeluk met fosfine

December 2020

Nieuwe landelijke regeling
Naar aanleiding van het fosfine-ongeval met het binnenschip “Fox” in december 2019 wordt gewerkt aan aanpassing van de protocollen voor het omgaan met scheepslading die gegast is met fosfinetabletten. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat heeft afgelopen zomer ook laten weten te werken aan een algemene regeling. Die moet gaan gelden voor alle zeehavens in Nederland waar lading overgeslagen wordt van zee- naar binnenschepen. De Minister wil dan komen tot één landelijke regeling die uitgaat van de bepalingen in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Daarin is onder andere een zorgplicht vastgelegd die bepaalt dat iedereen op een zorgvuldige wijze moet omgaan met gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zoals fosfine. De Minister heeft aangegeven in een brief van 22 juni 2020 dat dit betekent dat ‘diegene alles wat redelijkerwijs binnen zijn macht ligt, moet doen of nalaten om mogelijk gevaar voor mens of milieu te voorkomen. Dit principe zal gehanteerd worden als uitgangspunt om te evalueren of de genomen en te nemen maatregelen in de Nederlandse havens afdoende zijn, of dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.’ Maar je kunt je afvragen of deze bijzondere zorgplicht nog nodig is gelet op de algemene zorgplicht uit de Wet Milieubeheer (“Wm”).

Al een zorgplicht in de Wet milieubeheer
In de Wet milieubeheer staat in artikel 1:1a Wm namelijk al “Eenieder neemt voldoende zorg voor het milieu in acht.” Deze zorgplicht houdt in ieder geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.” Onder gevolgen voor het milieu wordt dan o.a. verstaan: gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van de beheersing van het klimaat, alsmede van de relaties daartussen. Deze zorgplicht geldt – anders dan vaak gedacht – niet alleen voor milieu-inrichtingen, maar voor één ieder die zich op Nederlands grondgebied of in de territoriale wateren of havens bevindt. Het lijkt op het eerste gezicht dat als iemand weet dat er door zijn handelen of nalaten met fosfinetabletten een gevaar kan ontstaan voor bijvoorbeeld de gezondheid van mensen, deze persoon valt onder de reikwijdte van deze zorgplicht en dat een andere of extra zorgplicht zoals de Minister wil onnodig is. Maar is dat zo?

Toch een extra zorgplicht dan?
Je hoeft geen jurist te zijn om te snappen dat de zorgplicht zo ruim en zo vaag is, dat er voldoende ruimte voor discussie bestaat. Want wanneer was je als schipper op de hoogte van het gevaar? En hadden de maatregelen waarvan ILenT vindt dat men ze had moeten nemen, wel redelijkerwijs gevergd kunnen worden? Een vage regeling, waarvan niemand de inhoud precies begrijpt, draagt over het algemeen niet bij aan een goede naleving. Dit, terwijl juist de Nederlandse overheid een positieve verplichting heeft onder het Europees verdrag voor de rechten van de mens door zich – met wetten en handhaving – in de spannen voor het voorkomen van gevaarlijke situaties waarbij de rechten van de mens (art. 2 EVRM – recht op leven of art. 8 EVRM – bescherming van de persoonlijke levenssfeer en milieu) actief moeten worden beschermd. Daarnaast is er nog een ander probleem met de naleving van de regels en de handhaving: op grond van artikel 18.2a lid 1 Wm zijn diverse bestuursorganen bevoegd tot de bestuursrechtelijke handhaving van artikel 1.1a Wm, zoals de Minister, het college van gedeputeerde staten van een provincie, het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of een waterkwaliteitsbeheerder (het dagelijks bestuur van een waterschap als het gaat om regionale wateren of Rijkswaterstaat als het gaat om Rijkswateren). Maar wie moet de naleving dan in welk geval precies in de gaten houden? Ook daar bestaat in de praktijk vaak onduidelijkheid over. En hoe zorg je ervoor dat al die instanties op dezelfde manier controleren en handhaven? Eenduidige regels, met een eenduidige toezichthouder en een eenduidige aanpak, zoals de Minister voorstelt, zullen meer bijdragen aan handhaving en naleving dan de algemene zorgplicht van de Wet milieubeheer. Daarnaast kunnen in een specifieke regeling ook nog andere regels opgenomen worden, zoals bijvoorbeeld ook de meldplicht voor incidenten of praktische regels hoe je verwezenlijking van risico’s voorkomt. Tot slot past het ook in de lijn om voor concrete risico’s concrete regels, meldplichten en zorgplichten op te nemen, zoals het BRZO, Wet op de bodembescherming of de Wet ter voorkoming van verontreiniging door zeeschepen.

Onze verwachting is dat begin 2021 meer duidelijk wordt over de voortgang van het voorstel.

Wilt u meer weten over de regels die gelden voor het omgaan met gevaarlijke stoffen, gewasbeschermingsmiddelen en biocide? Neem dan contact op met Silvia Gawronski

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2021 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden