Vroeger was alles beter – of toch niet? Waarom de Sanctiewet 1977 aan vervanging toe is.
Oktober 2026
Vroeger was de Sanctiewet 1977 eigenlijk heel overzichtelijk. Eén wet, een paar regels, en sancties waren met name iets voor diplomaten. Dat is al een tijdje niet meer zo. Waar sancties eerst alleen bekend waren van Cuba, Iran of bloeddiamanten, heeft het onderwerp zeker sinds de inval van Rusland op de Krim in 2022 een vlucht genomen. Sindsdien zijn er bijvoorbeeld al eenentwintig sanctiepakketten op Rusland van kracht geworden, en ook op andere fronten — denk bijvoorbeeld aan import- en exportrestricties op bepaalde goederen — breidt het sanctielandschap zich uit. De vraag is niet meer óf uw onderneming met sanctieregels te maken heeft, maar eerder wanneer en hoe.
Hoog tijd dus dat de Nederlandse wetgeving met de internationale ontwikkelingen meegaat. De toekomstige ‘Wet internationale maatregelen’ doet precies dat: zij gaat de Sanctiewet 1977 grotendeels vervangen en moderniseert de wijze waarop Nederland uitvoering geeft aan internationale sancties.
Wat is er ‘mis’ met de Sanctiewet 1977?
Inmiddels is het sanctielandschap zo sterk veranderd dat de Sanctiewet 1977 het niet meer kan bijbenen. De Nationaal Coördinator Sanctienaleving en Handhaving signaleerde in 2022 een reeks concrete knelpunten: er was geen grondslag voor bestuursrechtelijke handhaving, meldingen moesten worden gedaan bij vijf verschillende ministeries, toezichthouders mochten onderling nauwelijks gegevens uitwisselen en er was geen wettelijk kader voor het beheer van langdurig bevroren tegoeden en economische middelen. Het resultaat? Een stelsel dat in de praktijk kortgezegd neerkomt op: hopen dat ondernemingen het zelf goed doen, en als dat niet lukt, strafrechtelijke handhaving. Strafrecht is een goede remedie voor de gevallen waarin duidelijk is dat personen of bedrijven moreel verwijtbaar handelen, maar het lijkt geen goed handhavingsinstrument voor het gros van de gevallen; een groot grijs gebied waarin veel bedrijven wel proberen compliant te zijn, maar waarin toch schendingen van sanctieregels plaatsvinden.
Goed nieuws: het handhavingsinstrumentarium wordt gevarieerder
Onder de huidige Sanctiewet 1977 is – zoals gezegd - eigenlijk (met uitzondering van financiële instellingen) maar één instrument beschikbaar als een onderneming de fout ingaat: het strafrecht. Dat is een zwaar instrument. Het gevolg is dat kleine of administratieve fouten soms niet worden gehandhaafd — niet omdat het mag, maar omdat een strafrechtelijk traject niet proportioneel is.
De Wet internationale sanctiemaatregelen introduceert een zogenoemd duaal handhavingsstelsel: naast het strafrecht (dat blijft voor de ernstige gevallen) kunnen de volgende toezichthoudende instanties voortaan ook bestuursrechtelijk optreden:
- De Douane, voor sanctieschendingen bij de in- uitvoer of doorvoer van goederen en diensten;
- Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), voor eigendoms- en zeggenschapsregels bij in Nederland gevestigde ondernemingen;
- Het Bureau Financieel Toezicht (BFT), voor notarissen en accountants;
- De deken van de Nederlandse Orde van Advocaten, voor advocaten.
Zij krijgen de bevoegdheid om bestuursrechtelijke instrumenten in te zetten zoals de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete. Lichte overtredingen kunnen nu proportioneel worden aangepakt, en bedrijven die stelselmatig de regels overtreden kunnen sneller worden gecorrigeerd.
Eén meldpunt in plaats van vijf
Ook het melden van verschillende situaties wordt makkelijker: Wanneer u bijvoorbeeld bevroren tegoeden of economische middelen onder u had, kon dit betekenen dat u – afhankelijk van de omstandigheden – bij maar liefst vijf verschillende ministeries langs moest. Niet bepaald klantvriendelijk dus. Onder de Wet internationale sanctiemaatregelen wordt een Centraal Meldpunt Sancties geïntroduceerd. Dit meldpunt – onder de Minister van Buitenlandse Zaken – wordt het centrale ontvangstpunt voor alle EU- en VN- sanctiemeldingen (met uitzondering van douanemeldingen bij de CDIU van de Douane).
Openbare registers: zichtbaarheid als handhavingsinstrument
Tot nu toe konden aantekeningen in openbare registers bij een verband met een gesanctioneerde persoon of entiteit uitsluitend worden geplaatst in verband met de Rusland- en Belarus-sancties. De Wet internationale sanctiemaatregelen breidt deze mogelijkheid uit naar alle sanctieregimes en naar een groter aantal openbare registers, waaronder het Handelsregister (inclusief UBO-register), de kadastrale registraties voor onroerend goed, schepen en luchtvaartuigen, en een aantal gespecialiseerde registers.
Een aantekening maakt zichtbaar dat er een relatie bestaat tussen het geregistreerde gegeven en een gesanctioneerde persoon of entiteit. De feitelijke rechtsgevolgen — de bevriezingsplicht, het verbod op het ter beschikking stellen van tegoeden — vloeien rechtstreeks voort uit de sanctieregelgeving zelf, ongeacht of er een aantekening staat.
Praktisch advies: controleer het Handelsregister en de kadastrale registers op aantekeningen als onderdeel van uw due diligence onderzoek. Maar beschouw het ontbreken van een aantekening nooit als een vrijbrief, juist ook omdat (indirecte) controle en zeggenschap van een gesanctioneerde persoon of entiteit ook kan leiden tot handelsbeperkingen.
Wat kunt u nú al doen?
Hoewel de Wet internationale sanctiemaatregelen nog niet definitief is aangenomen, is de richting helder. Twee concrete stappen in dit kader voor uw onderneming:
Ten eerste: neem uw sanctiecomplianceprogramma onder de loep. Screent u uw klanten, leveranciers en transactiepartijen structureel tegen de zogenoemde “EU consolidated list” én tegen nationale sanctiemaatregelen?
Ten tweede: breng uw meldverplichtingen in kaart. Wie in uw organisatie is verantwoordelijk voor sanctiemeldingen? Bereid u voor op het nieuwe centrale meldpunt.
Vroeger was het eenvoudiger — maar 'eenvoudig' en 'effectief' zijn niet hetzelfde. De modernisering van het Nederlandse sanctiestelsel is noodzakelijk, proportioneel en levert uiteindelijk ook voordelen op voor het bedrijfsleven: gevarieerde handhaving, minder versnippering en meer duidelijkheid over waar u aan toe bent.