Is een 'corona-betekening' rechtsgeldig?

Juli 2020

Maandelijks betekenen gerechtsdeurwaarders circa 150.000 exploten. De uitbraak van het COVID-19-virus heeft invloed op de werkwijze van deurwaarders. Zij kiezen er steeds vaker voor om, gelet op het risico van besmetting, exploten niet meer te overhandigen, maar deze direct in de brievenbus achter te laten. De Hoge Raad heeft zich op 19 juni 2020 uitgelaten over de rechtsgeldigheid van deze zogenaamde ‘corona-betekening’. In dit artikel neemt Tomas Uildriks dit arrest onder de loep.

Hoofdregel bij betekenen van exploten: overhandigen
Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (‘Rv’) kent verschillende regels met betrekking tot de betekening van exploten. Het belangrijkste doel van de betekeningsvoorschriften is te waarborgen dat een exploot degene voor wie het is bestemd daadwerkelijk bereikt.[1] De betekeningsvoorschriften zijn van openbare orde en moeten door de rechter ambtshalve worden toegepast.[2]

Volgens de hoofdregel van art. 46 lid 1 Rv moet een deurwaarder een exploot overhandigen aan degene voor wie het is bestemd, of aan iemand die zich op het adres bevindt. Pas als dit ‘feitelijk onmogelijk’ is, mag de deurwaarder een afschrift van het exploot in een gesloten envelop aan het adres van de geadresseerde achterlaten (art. 47 lid 1 Rv).

Het niet naleven van de betekeningsvoorschriften van art. 46 lid 1 Rv e.v. kan onder meer de nietigheid van het exploot met zich meebrengen (art. 120 Rv).

De Rechtbank Amsterdam oordeelde in twee recente zaken dat de wijze van ‘corona-betekening’ niet zonder meer aanvaard kan worden.[3] De deurwaarder moet volgens de Rechtbank Amsterdam motiveren waarom in het concrete geval betekening in persoon niet mogelijk is en waarom is gekozen voor betekening op grond van art. 47 lid 1 Rv. In beide zaken werd de eiser in de gelegenheid gesteld een herstelexploot uit te brengen.

Overhandigen ‘feitelijk onmogelijk’
Ook in de zaak die aan het arrest van de Hoge Raad ten grondslag lag, heeft de deurwaarder het exploot in de brievenbus achtergelaten zonder eerst te proberen het te overhandigen aan de persoon voor wie het was bestemd. In het exploot is met gestempelde tekst vermeld dat de stukken zijn gelaten aan:

“voormeld adres in gesloten envelop met daarop de vermeldingen zoals wettelijk voorgeschreven, omdat ik wegens de door de overheid afgekondigde maatregelen in verband met het zgn. corona virus (covid-19) geen contact heb kunnen/mogen zoeken met iemand aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten;”

Volgens procureur-generaal R.H. de Bock is de ‘corona-betekening’ niet in overeenstemming met de bestaande wettelijke regels.[4] Zij adviseerde de Hoge Raad tot het bieden van de mogelijkheid tot het uitbrengen van een herstelexploot. Er is volgens De Bock onvoldoende reden om aan te nemen dat in de huidige omstandigheden steeds sprake is van een ‘feitelijke onmogelijkheid’ om het exploot in persoon te betekenen. In beginsel zou het volgens haar mogelijk moeten zijn voor de deurwaarder om bij iemand aan te bellen, het exploot voor de deur op de grond te leggen, naar achteren te stappen (zekerheidshalve enkele meters), af te wachten of er wordt opengedaan en ten slotte af te wachten of degene voor wie het exploot is bestemd het exploot van de grond oppakt en in ontvangst neemt. Ook zou de deurwaarder een mondkapje kunnen gebruiken.

Verzamelspoedwet COVID-19
De Hoge Raad volgt het advies van De Bock niet en oordeelt dat de ‘corona-betekening’ aan natuurlijke personen rechtsgeldig is.[5] De Hoge Raad baseert zijn oordeel op het wetsvoorstel 'Verzamelspoedwet COVID-19' van 12 mei 2020. Het wetsvoorstel dateert van na de uitspraken van de Rechtbank Amsterdam en is inmiddels aangenomen. Uit deze wet volgt dat steeds sprake is van een ‘feitelijke onmogelijkheid’ in de zin van art. 47 lid 1 Rv zolang de richtlijnen van het RIVM voorschrijven dat personen afstand houden wegens besmettingsgevaar met COVID-19. De richtlijn van social distancing, het anderhalve meter afstand houden, verdraagt zich volgens de wetgever niet goed met de uitreiking van exploten aan personen. Anders dan een pakketbezorger, kan de deurwaarder niet volstaan met het op de stoep achterlaten van een exploot. De deurwaarder dient bij de uitreiking ook een uitleg te geven over het exploot. Daarnaast is de deurwaarder vanwege de aard van zijn werk aanmerkelijk minder geliefd dan de pakketbezorger. Het risico om bespuugd te worden is voor een deurwaarder dan ook vele malen groter dan voor een pakketbezorger. Dit risico is voor de wetgever onaanvaardbaar. De Hoge Raad volgt de wetgever. Hij heeft bepaald dat de wettelijke regeling ook geldt voor betekening van exploten aan een kantooradres (art. 63 Rv).

Tip
De wettelijke regeling ter zake de ‘corona-betekening’ geldt met terugwerkende kracht vanaf 16 maart 2020 en blijft in beginsel tot 1 september 2020 van kracht. Tot die tijd en mits afstand houden verplicht blijft is het dus raadzaam de inhoud van de (kantoor)brievenbus goed te controleren.

* * *

[1] Zie onder meer T.F.E. Tjong Tjin Tai, GS Burgerlijke Rechtsvordering, art. 111 Rv (2019), aant. 2.
[2] HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1929 (Big Apple/Ontvanger), rov. 3.4.7.
[3] Rb. Amsterdam 7 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2153 en Rb. Amsterdam 8 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2229.
[4] HR 4 mei 2020, ECLI:NL:PHR2020:442 (Concl. P-G R.H. de Bock).
[5] HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1088.

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Heldere zaken

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2020 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden