Het subrogatieverbod en de uitzondering voor regres op de medeaansprakelijke
Artikel 6:197 lid 2 BW bevat de Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten. Hieruit volgt dat rechten uit verschillende risicoaansprakelijkheden niet vatbaar zijn voor subrogatie. Er bestaat echter een belangrijke uitzondering op deze regel. Die uitzondering is eveneens geformuleerd in art. 6:197 lid 2 BW. Zo is subrogatie wel mogelijk als de uitkering van de verzekeraar de aansprakelijkheid van de eigen verzekerde betreft en een ander óók aansprakelijk is. De bedoeling is dat die medeaansprakelijke partij niet moet kunnen profiteren van de verzekering van een ander.
In een vonnis van de rechtbank Noord-Holland stond de werking van deze uitzondering van art. 6:197 lid 2 BW centraal. Een bromfietser was in botsing gekomen met een sportfietser. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De verzekeraar van de bromfietser betaalde de schade aan de nabestaanden van de sportfietser en probeerde regres te nemen op de wegbeheerder. Een gat in het asfalt zou namelijk de oorzaak van het ongeval zijn geweest. De sportfietser zou voor dit gat zijn uitgeweken, waardoor de bromfietser hem kon raken. De rechtbank wees de vorderingen van de verzekeraar af. De vordering op basis van opstalaansprakelijkheid strandde op artikel 6:197 lid 2 BW. Volgens de rechter gold de uitzondering van dit artikel niet, omdat de verzekeraar de wegbeheerder voor 100% aansprakelijk hield. Er werd daarom geen sprake van ‘medeschuld’. Daarnaast kon niet worden bewezen dat de wegbeheerder een onrechtmatige daad had gepleegd. Getuigenverklaringen bevestigden namelijk niet dat de fietser uitweek voor het gat. Ook was de oneffenheid van de weg al jaren zonder incidenten aanwezig. In deze wenk beschrijft Dagmar dat dit oordeel vraagtekens oproept. Volgens de Hoge Raad staat een volledige onderlinge draagplicht de uitzondering van artikel 6:197 lid 2 BW namelijk niet in de weg. Zo kan het zijn dat een aansprakelijke partij de schade van de benadeelde volledig moet betalen en dat hij (of diens verzekeraar) die volledige vordering kan verhalen op de medeaansprakelijke. Dit laatste hangt af van de onderlinge verhouding tussen de aansprakelijke partijen.