Brexit-update en de tenuitvoerlegging van vonnissen

Juni 2021

Brexit-update: de tenuitvoerlegging van vonnissen en het bericht van de Europese Commissie van 4 mei 2021 in reactie op het verzoek van het Verenigd Koninkrijk om toe te mogen treden tot het Verdrag van Lugano

We hebben allemaal gelezen over Brexit, over accijnzen, over Britse marineschepen in het Kanaal[1] en over broodjes ham van Engelse chauffeurs die weggegooid moesten worden bij Hoek van Holland, omdat de vleeswaren niet ingevoerd mochten worden in Nederland.[2] Eén van de (ham)vragen in de civiele rechtspraktijk na Brexit is via welke route Britse vonnissen in Nederland kunnen worden erkend en ten uitvoer kunnen worden gelegd. Vroeger kon dat eenvoudig via de herschikte Brussel-I Verordening[3], maar die weg is nu (voor procedures gestart na 1 januari 2021) afgesloten.

Voor ik de vraag van de tenuitvoerleggingsmogelijkheden en het meest recente bericht van de Europese Commissie kort bespreek, is het van belang om te kijken waar we staan en hoe we daar gekomen zijn.

Vote leave!
Op 31 januari 2020 verliet het Verenigd Koninkrijk de EU.[4] Vanaf dat moment gold een overgangsperiode. Die overgangsperiode hield in dat bijvoorbeeld de herschikte Brussel-I Verordening van toepassing bleef op kwesties in burgerlijke en handelszaken[5] in zowel het Verenigd Koninkrijk als in de EU. Deze verordening geeft een regeling voor het beantwoorden van de vraag of en zo ja welke rechter - in die gevallen waarop de Verordening van toepassing is -rechtsmacht heeft[6] en hoe een vonnis gewezen in de ene EU-lidstaat in de andere ten uitvoer kan worden gelegd. De overgangsperiode betekende dus concreet dat een Brits vonnis gewezen in die periode via de regeling in de herschikte Brussel-I Verordening (indien van toepassing) ten uitvoer kon worden gelegd in bijvoorbeeld Nederland.

Op 24 december 2020 kwam een deal tot stand tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. In die deal is niets geregeld over bijvoorbeeld de vraag of en hoe de EU-landen en het Verenigd Koninkrijk elkaars rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken gaan erkennen en ten uitvoer gaan leggen na de overgangsperiode. De overgangsperiode die in januari 2020 was begonnen, liep op 31 december 2020 af. De vraag is: wat nu? Hoe moet sinds 1 januari 2021 worden beoordeeld of en hoe een Britse vonnis in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd?

Erkenning en tenuitvoerlegging: een rubik’s cube
Het korte antwoord op deze vraag is dat het een zoekplaatje is geworden. De meningen in de literatuur zijn verdeeld. Het wachten is op de eerste uitspraken van rechtscolleges die ongetwijfeld duiding zullen geven. Desalniettemin zal ik kort wat contouren schetsen. Kort samengevat blijft van belang om in specifieke situaties te kijken welke route gevolgd moet worden.

Beslissingen die ná 1 januari 2021 zijn (of worden) gewezen in procedures die vóór 1 januari 2021 zijn gestart, kunnen in beginsel (voor zover zij onder de relevante reikwijdte vallen) onder de herschikte Brussel-I Verordening ten uitvoer worden gelegd. Ten aanzien van die belissingen kan dus gebruik worden gemaakt van de gunstige tenuitvoerleggingsregeling in de verordening. Het voordeel van deze regeling is dat een Brits vonnis onder die regeling in beginsel zonder tussenkomst van de Nederlandse rechter ten uitvoer kan worden gelegd.

De vraag is hoe het zit indien er in deze procedures na 1 januari 2021 appèlprocedures worden gestart. Blijft de herschikte Brussel-I Verordening dan gelden voor de tenuitvoerlegging van de arresten in die procedures of moet dan teruggevallen worden op een andere regeling?[7]

Geldt de herschikte Brussel-I Verordening niet (meer), dan is het de vraag welke regeling wel van toepassing is.

Internationaal (transport)verdrag met tenuitvoerleggingsregeling?

Gaat het om bijvoorbeeld vervoer dan kan het zijn dat er een internationaal verdrag van toepassing is dat een eigen tenuitvoerleggingsregeling kent, zoals bijvoorbeeld het CMR-verdrag.[8]

Exclusieve forumkeuze?

Is er een exclusieve forumkeuze gemaakt en is het Haags Forumkeuzeverdrag[9] van toepassing, dan biedt dit verdrag mogelijk (ook) soelaas bij de tenuitvoerlegging van de beslissing. Voor de transportpraktijk is van belang dat het Haags Forumkeuzeverdrag alleen geldt bij exclusieve forumkeuzes en niet van toepassing is op onderwerpen zoals het vervoer van passagiers en goederen, de verontreiniging van de zee, de beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, averij-grosse en noodsleep- en reddingsactiviteiten.

Het bilaterale verdrag uit 1967?

In de literatuur is een discussie ontstaan over de vraag of het verdrag van 1967[10] inzake de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken nog, dan wel opnieuw, van toepassing is en relevant is voor de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Hier verschillen de meningen over en lijkt het laatste woord nog niet over gezegd.[11]

Het EEX-Verdrag uit 1968?

In de literatuur[12] en online[13] is ook een discussie ontstaan over de vraag of het Verdrag van Brussel van 1968 (het EEX-Verdrag)[14] mogelijk nog, dan wel opnieuw, van toepassing is.

Geen regeling? Nationaal recht

Indien er geen bijzondere regeling van toepassing is, moet de Nederlandse rechter voor de vraag of een Brits vonnis in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd, terugvallen op nationaal recht (431 Rv). In dat geval moet de Nederlandse rechter bepalen welk gewicht wordt toegekend aan de uitspraak van de Britse rechter.

Nog geen oplossing voor de puzzel: de Europese Commissie over het Verdrag van Lugano
Het Verenigd Koninkrijk heeft in april 2020 een verzoek gedaan aan de EU om toe te mogen treden tot het Verdrag van Lugano. Het (meest recente) Verdrag van Lugano[15] is een regeling die weliswaar beperkter, maar tot op zekere hoogte vergelijkbaar is met de herschikte Brussel-I Verordening. Het verdrag geeft, net als de verordening, regels voor het aanwijzen van de bevoegde rechter en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Het Verdrag van Lugano geldt nu in de verhouding met/tussen de EU en bijvoorbeeld Noorwegen, IJsland en Zwitserland. Indien het Verenigd Koninkrijk toe zou treden tot het verdrag, zou dit de rechtsonzekerheid verkleinen, omdat de erkennings- en tenuitvoerleggingsregeling in het verdrag in veel gevallen een oplossing zou bieden voor het ingewikkelde zoekplaatje dat nu is ontstaan.

Er kwam lange tijd geen reactie van de EU op het toetredingsverzoek, maar op 4 mei van dit jaar heeft de Europese Commissie een bericht naar buiten gebracht.[16] Hierin staat kort gezegd dat aangezien het Verenigd Koninkrijk een derde land is geworden en er geen bijzonder handelsverdrag met het Verenigd Koninkrijk is gesloten[17], er voor haar in beginsel nu geen plaats is bij het Verdrag van Lugano. Op pagina 5 van het bericht concludeert de Europese Commissie:

“In view of the above, the Commission takes the view that the European Union should not give its consent to the accession of the United Kingdom to the 2007 Lugano Convention. For the European Union, the Lugano Convention is a flanking measure of the internal market and relates to the EU-EFTA/EEA context. (…) The United Kingdom is a third country without a special link to the internal market. Therefore, there is no reason for the European Union to depart from its general approach in relation to the United Kingdom.”

De Commissie geeft als advies:

“Stakeholders concerned, and in particular practitioners engaged in cross-border contractual matters involving the European Union, should take this into account when making a choice of international jurisdiction.”

De vraag is nu welk gevolg aan de ‘communication’ van de Europese Commissie zal worden gegeven. Uit het bericht van de Europese Commissie volgt dat de Commissie nu het Europees Parlement en de Europese Raad de gelegenheid geeft om hun visie te delen met de Commissie.[18]

To be continued …
Brexit heeft op het gebied van de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen vooralsnog vooral geleid tot rechtsonzekerheid. Het is goed om hier rekening mee te houden in commerciële relaties waarbij partijen uit het Verenigd Koninkrijk zijn betrokken of waarbij er een link is met het Verenigd Koninkrijk (bijvoorbeeld omdat de rechter daar rechtsmacht heeft en/of omdat er in het Verenigd Koninkrijk een beslissing zal worden gewezen).

Het laatste woord is nog niet gezegd of geschreven over Brexit. We houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen.

* * * 

[1] https://nos.nl/artikel/2379557-visserijconflict-vk-frankrijk-loopt-hoog-op-marineschepen-naar-jersey.
[2] https://nos.nl/artikel/2364055-britten-verbaasd-over-inbeslagname-besmeerde-broodjes-door-nederlandse-douane.
[3] Verordening (EU) nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
[4] Voor een tijdlijn van de Brexit-onderhandelingen zie https://www.brexitloket.nl/tijdlijn. Zie ook https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/brexit/brexit-stand-van-zaken (geraadpleegd op 24 mei 2021).
[5] Zie o.a. art. 1 van de herschikte Brussel-I Verordening.
[6] De vraag hoe de rechtsmacht van de Nederlandse en Britse rechter moet worden beoordeeld na Brexit valt buiten de reikwijdte van dit blog.
[7] T.H.D. Struycken, Gerechtelijke procedures en faillissementsprocedures sinds Brexit, Bb 2021/38.
[8] Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR), Genève, 19 mei 1956. Vgl. art. 31 lid 3 en 4 CMR.
[9] Verdrag inzake Bedingen van Forumkeuze, Den Haag, 30 juni 2005 (geratificeerd door de EU op 11 juni 2015).
[10] Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken, Den Haag, 17 november 1967.
[11] Zie bijvoorbeeld T.H.D. Struycken, Gerechtelijke procedures en faillissementsprocedures sinds Brexit, Bb 2021/38,C.E. Drion, Brexit, NJB 2018/1579 en C.E. Drion, Legal Opinions, NJB 2021/350.
[12] Zie bijvoorbeeld T.H.D. Struycken, Gerechtelijke procedures en faillissementsprocedures sinds Brexit, Bb 2021/38.
[13] https://eapil.org/2021/02/12/brexit-and-the-brussels-convention-its-all-over-now-baby-blue/ (laatst geraadpleegd op 24 mei 2021).
[14] Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Brussel, 27 september 1968.
[15] Verdrag van Lugano uit 1988, gewijzigd op 30 oktober 2007.
[16] Communication from the commission to the European Parliament and the Council – Assessment on the application of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland to accede to the 2007 Lugano Convention van 4 mei 2021 (geraadpleegd op 24 mei 2021) zie https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/1_en_act_en.pdf.
[17] Zie p. 4: “The United Kingdom is, since 1 January 2021, a third country with an “ordinary” Free Trade Agreement facilitating trade but not including any fundamental freedoms and policies of the internal market.”
[18] Zie p. 5: “With this communication, the Commission informs the European Parliament and the Council of its assessment, and gives them an opportunity to express their views, before it will inform the Lugano Depositary accordingly.”

 

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2021 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden