Arbitrage bij internationaal vervoer van goederen per spoor

Mei 2020

Recent heeft het Hof Den Haag zich uitgelaten over de vraag of partijen arbitrage kunnen afspreken bij internationaal vervoer van goederen per spoor. Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?

De COTIF-CIM

De COTIF-CIM is een van de aanhangselen bij het COTIF-verdrag, het verdrag omtrent internationaal spoorvervoer. De COTIF-CIM ziet specifiek op het internationale vervoer van goederen per spoor. De COTIF-CIM geldt niet alleen in Europa, maar ook in delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten, al zij het soms slechts op geselecteerde trajecten.[1] Net als bij het CMR-verdrag zijn de bepalingen uit de COTIF-CIM van dwingende aard:[2] partijen kunnen alleen van deze regels afwijken voor zover dit uitdrukkelijk door de COTIF-CIM wordt toegestaan.[3] Alle andere afwijkingen zijn nietig.

Art. 46 COTIF-CIM somt weliswaar een aantal fora op waar een procedure kan worden gestart,[4] maar vermeldt niets over het beslechten van geschillen door middel van arbitrage. Is het overeenkomen van arbitrage daarmee een ongeoorloofde (en dus nietige) afwijking van de COTIF-CIM, of geldt: ‘wie zwijgt, stemt toe’?

Het geschil

Deze vraag lag ter beantwoording voor bij het Hof Den Haag in een procedure tussen ECS European Containers en Distri Rail.[5] Kort gezegd ging het om een geschil over schade aan een zending baconstrips tijdens het vervoer per spoor van Rotterdam naar Duisburg. ECS was een procedure tegen Distri Rail gestart bij de rechtbank Rotterdam. Distri Rail betwistte de bevoegdheid van de rechtbank, stellende dat partijen arbitrage waren overeengekomen. In eerste aanleg kreeg Distri Rail het gelijk aan haar zijde, waarop ECS in hoger beroep ging. ECS voerde onder meer aan dat omdat de COTIF-CIM van toepassing was, het niet mogelijk was arbitrage overeen te komen.

Het Hof Den Haag volgt dit betoog van ECS niet. Verwijzend naar het CIM Explanatory Report van 2015 overweegt het Hof dat er geen aanwijzingen zijn dat met art. 46 COTIF-CIM wordt beoogd arbitrage voor de beslechting van civiele geschillen uit te sluiten.[6] Bij een uitsluiting van arbitrage had een uitdrukkelijke vermelding daarvan, alsmede een toelichting daarop voor de hand gelegen, aldus het Hof. Ook is er geen publiek belang dat zich tegen arbitrage in civiele geschillen als de onderhavige verzet. Het Hof komt dan ook tot de slotsom dat een arbitrageovereenkomst geen nietige afwijking van de COTIF-CIM vormt.

Commentaar

Kortom, volgens het Hof Den Haag zijn partijen vrij om arbitrage overeen te komen op trajecten waar het COTIF-CIM dwingendrechtelijk geldt. Dit lijkt in lijn met de spaarzame publicaties op dit punt.[7]

Of deze uitspraak tot een race naar het arbitraal instituut leidt, valt echter te bezien. Eén van de grote voordelen van arbitrage is de mogelijkheid om een arbitraal vonnis bijna wereldwijd ten uitvoer te leggen. Bij overheidsrechtspraak ligt dat vaak een stuk lastiger, zeker wanneer de vermogensbestanddelen van de debiteur zich buiten de Europese Economische Ruimte bevinden. Bij internationaal spoorvervoer tussen COTIF-landen doet dit voordeel zich minder snel voor. Het COTIF-verdrag heeft namelijk een eigen erkenningsregeling, op basis waarvan vonnissen uit COTIF-lidstaten in alle andere lidstaten ten uitvoer kunnen worden gelegd, mits aan de formaliteiten van de aangezochte lidstaat is voldaan.[8] Wel blijft overeind dat partijen bij arbitrage doorgaans zelf de arbiters mogen kiezen. Omdat het bij spoorvervoer vaak om specialistische materie gaat, kan het opnemen van een arbitraal beding in voorkomend geval toch uitkomst bieden.

* * *

[1] Zie voor een overzicht van de lidstaten en de door hen gemaakte voorbehouden: www.otif.org.
[2] Vgl. art. 41 CMR.
[3] Art. 5 COTIF-CIM 1999.
[4] Art. 46 COTIF-CIM 1999.
[5] Hof Den Haag 22 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3314, S&S 2020/27 (ECS / Distri Rail).
[6] Te raadplegen op www.otif.org.
[7] De International Rail Transport Committee lijkt van mening dat de grondslag voor het kunnen overeenkomen van arbitrage voor partijen bij de vervoerovereenkomst voortvloeit uit art. 28 lid 2 van het COTIF-verdrag, zie de CIT & IRU Guidelines Comparing the Legal Regimes: CMR – COTIF/CIM – SMGS, te raadplegen www.cit-rail.org.
[8] Art. 12 par. 1 COTIF 1999.

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Heldere zaken

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2020 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden