Opzegging van distributieovereenkomsten

Maart 2022

Om een nieuwe markt in een ander land aan te boren kan een verkoper goederen rechtstreeks aldaar verkopen. Een andere mogelijkheid is om een (handels)agent in te schakelen of een samenwerking aan te gaan met een distributeur. Dit artikel gaat over de distributieovereenkomst tussen principaal en distributeur en met name de wijze waarop een dergelijke overeenkomst kan worden op gezegd.

Opzegging van distributieovereenkomsten

Distributieovereenkomsten kunnen worden aangegaan voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd. Veelal bepaalt het contract of er opgezegd kan worden en zo ja, met inachtneming van welke opzegtermijn. Vaak wordt ook afgesproken dat opzegging schriftelijk dient te geschieden. Bij de opzegging ontstaan nog wel eens geschillen tussen principaal en distributeur. Daarom is er in deze nieuwsbrief aandacht voor opzegging van distributieovereenkomsten. Aan de hand van zeven vragen zal dit onderwerp worden belicht.

1. Bestaat er een aparte wettelijke regeling ter zake distributie-overeenkomsten?

Het Nederlands Burgerlijk Wetboek bevat geen algemene regeling voor duurovereenkomsten noch bijzondere bepalingen voor distributieovereenkomsten. De éénzijdige beëindiging van distributieovereenkomsten wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. De rechtszekerheid is daardoor niet gediend, zoals we zullen zien.

2. Is opzegging mogelijk?

Bij distributieovereenkomsten voor bepaalde tijd kan er in beginsel niet tussentijds worden opgezegd, behoudens andersluidende afspraken. Bij distributieovereenkomsten voor onbepaalde tijd kan er in beginsel wel worden opgezegd. Opzegging kan echter in strijd komen met de redelijkheid en billijkheid of misbruik van recht opleveren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien er geen behoorlijke reden voor beëindiging bestaat.

3. Wat zijn de in acht te nemen opzegtermijnen?

Als er geen opzegtermijn is overeengekomen, wordt in de literatuur wel verdedigd dat een opzegtermijn van drie maanden het minimum is en dat bij een looptijd van meer dan twee jaar deze termijn moet worden verlengd tot zes maanden, bij een looptijd van meer dan vier jaar tot acht á twaalf maanden en bij een looptijd van tien jaar of meer zelfs van één tot drie jaar.

4.  Wat zijn de remedies bij ondeugdelijke opzegging vanwege een te korte opzegtermijn?

Onduidelijk is wat het gevolg is van opzegging met een te korte opzegtermijn. Soms leidt dit ertoe dat opnieuw moet worden opgezegd met inachtneming van de juiste termijn, maar in andere gevallen volstaat de rechter met het verlengen van de opzegtermijn of het opleggen van een schadevergoedingsverplichting.[1]

5. Welke gezichtspunten zijn er die bij opzegging van belang kunnen zijn?

Aspecten die bij opzegging een rol zouden kunnen spelen zijn de volgende:

              • Is het belang van de principaal bij opzegging groter dan het belang van de distributeur bij voortzetting van de distributieovereenkomst?
              • Heeft de distributeur de belangen van de principaal geschonden of valt dit in de (nabije) toekomst te verwachten?
              • Is de distributeur zeer afhankelijk van de principaal?
              • Heeft de principaal klachten aan het adres van de distributeur?
              • Is de relatie tussen partijen ernstig verstoord?
              • Zou de distributeur in financiële problemen geraken, indien de distributieovereenkomst per direct of op zeer korte termijn zou worden beëindigd?
              • Heeft de distributeur de gelegenheid gehad om een enigszins vergelijkbare positie op te bouwen, althans wordt hij daartoe op korte termijn in staat geacht?
              • Heeft de distributeur al verkopen verricht ten aanzien van goederen die hij verwacht in de nabije toekomst van de principaal te kunnen kopen en afnemen? Zijn er andere leveranciers van wie de distributeur zou kunnen afnemen om aan zijn eventuele verplichtingen jegens zijn kopers te kunnen voldoen?
              • Als de distributeur van de principaal geen product meer krijgt, zijn er dan andere manieren waarop de distributeur aan de vraag kan voldoen?
              • Welke investeringen heeft de distributeur gedaan om specifiek de onderhavige producten in zijn territorium te kunnen verkopen?
              • Als de principaal niet meer aan de distributeur verkoopt, zijn eventuele investeringen van de distributeur dan nog bruikbaar voor andere doeleinden?
              • Kortom, welke schade lijdt de distributeur als de principaal niet meer aan de distributeur verkoopt?

6. Bestaat er naast opzegging nog een andere grond voor beëindiging van de distributierelatie?

Naast opzegging zou een andere grond voor beëindiging van de distributierelatie ontbinding kunnen zijn. Hiertoe is wel vereist dat de wederpartij van degene die wil ontbinden, in verzuim is. Hiervan zou sprake kunnen zijn als deze in wezenlijke mate tekort schiet in de nakoming van enige verplichting jegens de ander en diegene, nadat hij deugdelijk in gebreke is gesteld en hem een redelijke termijn voor nakoming is gegund, desalniettemin niet nakomt.
Soms worden er verkooptargets afgesproken. Het niet behalen daarvan zou mogelijk een grond voor ontbinding kunnen opleveren. Als partijen exclusiviteit hebben afgesproken en de distributeur gaat zaken doen met een concurrent van de principaal, zou dat in strijd kunnen zijn met deze afgesproken exclusiviteit, hetgeen dan mogelijk een grond voor ontbinding en schadevergoeding zou kunnen opleveren.

7. Wat te doen bij onvoorziene omstandigheden?

Indien er zich onvoorziene omstandigheden voordoen welke van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet verwacht mag worden dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft, kan de rechter op vordering van één der partijen de gevolgen van de overeenkomst wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden. Zo is bijvoorbeeld denkbaar dat naar aanleiding van de situatie in Oekraïne een Nederlandse principaal de distributieovereenkomst met zijn distributeur in Oekraïne en/of Rusland wil laten ontbinden.

Conclusie

De beëindiging van een distributieovereenkomst is een heikel moment. Het verdient aanbeveling om van te voren goed de eigen positie te bepalen alvorens tot opzegging en/of ontbinding van de distributieovereenkomst over te gaan. Bij vragen over perikelen die samenhangen met distributieovereenkomsten zijn wij uiteraard graag bereid met u mee te denken. Dat geldt uiteraard ook voor het opstellen van een duidelijke opzeggingsclausule in de distributieovereenkomst.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Steven Oude Alink.

* * *

[1] Zie ook Hoge Raad 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163 (Auping/Beverslaap) en Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 (De Ronde Venen/Stedin).

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, dan kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2022 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden