Makelaarskantoor moet aan Oranje-international De Vrij 4,75 miljoen euro schadevergoeding betalen

Mei 2022

De Rechtbank Amsterdam heeft in een recent vonnis bepaald dat het makelaarskantoor Sports Entertainment Group Football (‘SEG’) een schadevergoeding aan profvoetballer Stefan de Vrij (‘De Vrij’) moet betalen van 4,75 miljoen euro.[1] Volgens de rechtbank heeft SEG haar mededelingsplicht geschonden bij de overstap van de voetballer van de Italiaanse voetbalclub Lazio naar Internazionale in de zomer van 2018. In deze bijdrage wordt het vonnis van de rechtbank besproken. Dit vonnis is ook een les voor de praktijk.

Achtergrond
De zaak was door Oranje-international en oud-speler van Feyenoord aangespannen jegens zijn voormalig management bij SEG. Volgens Stefan de Vrij heeft SEG hem benadeeld omdat SEG – zonder zijn medeweten – ook de belangen van Internazionale zou hebben behartigd tijdens de contractsonderhandelingen. SEG zou namelijk een commissie van € 9,5 miljoen van Internazionale ontvangen als De Vrij gedurende vijf jaar bij Internazionale zou spelen en hij in die vijf jaar niet meer dan € 50 miljoen zou verdienen. De Vrij ontving uiteindelijk een salaris van € 37.450.000 bruto voor een periode van vijf jaar. SEG beweert dat zij bij de overstap van De Vrij alleen de belangen van Internazionale zou hebben behartigd.

Kwalificatie rechtsverhouding De Vrij en SEG
De rechtbank kwalificeert eerst de rechtsverhouding tussen De Vrij en SEG. In dat kader bepaalt art. 7:425 BW dat een bemiddelingsovereenkomst een overeenkomst van opdracht is waarbij de ene partij, de opdrachtnemer (hier SEG), zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever (hier De Vrij), verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden.

Uit diverse e-mails, social media uitlatingen en presentaties die SEG voor De Vrij maakte, leidt de rechtbank af dat SEG handelde naar het belang van De Vrij. Zo benoemde SEG op Instagram De Vrij als haar ‘cliënt’. Daarnaast sloot SEG een presentatie voor De Vrij over een keuze voor een volgende club af met “Whatever you choose, SEG will support you”. Volgens de rechtbank kwalificeert de rechtsverhouding tussen De Vrij en SEG derhalve als een bemiddelingsovereenkomst in de zin van art. 7:425 BW.

Schending van contractuele verplichting(en)?
De vraag is of SEG het verbod van het dienen van twee heren (art. 7:417 BW) heeft overtreden door zowel als tussenpersoon voor De Vrij op te treden als voor voetbalclub Internazionale. Daarnaast is het de vraag of SEG op grond van een andere vorm van belangenverstrengeling aansprakelijk is als bedoeld in art. 7:418 BW.

Het dienen van twee heren
Op grond van art. 7:417 jo. 7:427 BW mag een lasthebber (hier de bemiddelaar) slechts tevens als lasthebber (bemiddelaar) van de wederpartij optreden, indien de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen de belangen van beide lastgevers is uitgesloten.

De rechtbank komt niet tot de conclusie dat SEG bij haar optreden in de onderhandelingen te veel het belang van Internazionale heeft behartigd. Het is voor de rechtbank namelijk niet duidelijk hoe de onderhandelingen zijn verlopen. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de schade die De Vrij meent te hebben geleden, is ontstaan doordat SEG het belang van Internazionale (te veel) heeft behartigd.
De rechtbank stelt wel vast dat SEG een eigen belang had bij de totstandkoming van een overeenkomst tussen De Vrij en Internazionale. Bij de totstandkoming van de overeenkomst kreeg SEG namelijk een (aanzienlijke) commissie.

Andere belangenverstrengeling
De artikelen 7:418 BW jo. 7:427 BW bepalen dat de bemiddelaar (hier SEG) is gehouden de opdrachtgever (hier De Vrij) op de hoogte te brengen van het belang dat hijzelf heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling. Met andere woorden: SEG had een mededelingsplicht jegens De Vrij.
De rechtbank oordeelt dat SEG De Vrij had moeten informeren dat en wat voor commissie zij zou ontvangen als De Vrij en Internazionale een arbeidsovereenkomst zouden sluiten. SEG heeft dat verzuimd en heeft daarmee haar mededelingsplicht jegens De Vrij geschonden. De Vrij heeft derhalve recht op vergoeding van eventueel geleden schade.

Schadevergoeding
Het is voor de rechtbank niet mogelijk om te achterhalen wat Internazionale bereid was om aan De Vrij te betalen als De Vrij had geweten van de hoge commissievergoeding van SEG. Aan De Vrij is de kans ontnomen om met deze kennis met Internazionale te onderhandelen over zijn salaris. Het is aannemelijk dat de financiële verhouding tussen De Vrij, Internazionale en SEG in dat geval anders zou zijn geweest. Het zogenaamde condicio-sine-qua-non-verband tussen het verlies van die kans op nadere onderhandelingen en de onderhavige normschending (het schenden van de mededelingsplicht door SEG) is hiermee vastgesteld. De rechtbank past voorts de zogenaamde kansschadeleer toe.[2]

De leer van de kansschade is volgens de Hoge Raad geëigend om een oplossing te bieden voor sommige situaties waarin onzekerheid bestaat over de vraag of een op zichzelf vaststaande tekortkoming of onrechtmatige daad schade heeft veroorzaakt. Die onzekerheid vindt haar grond in de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld of en in hoeverre in de hypothetische situatie dat de tekortkoming of onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven, de kans op succes zich in werkelijkheid ook zou hebben gerealiseerd.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend en na berekening van een meer gebruikelijke verdeling van het salaris en de commissie, schat de rechtbank de kansschade van De Vrij op 50% van hetgeen SEG heeft ontvangen voor de deal tussen De Vrij en Internazionale. Deze 50% komt overeen met een bedrag van € 4,75 miljoen.

Conclusie
Het vonnis laat zien dat het voor een bemiddelaar van groot belang is om te voorkomen twee heren (zowel de speler als de club) te dienen. Mocht je als makelaar wel twee heren dienen, wees hier dan transparant over en leg schriftelijk duidelijk vast wat je doet. Heeft u vragen over het vonnis of het opstellen van contracten? Wij staan u graag te woord.

* * *

[1] Rechtbank Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1770.
[2] Zie onder meer Hoge Raad 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:461.

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, dan kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2022 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden