Geen uitsluiting van aansprakelijkheid voor niet contractuele vorderingen?

Oktober 2020

Op containerterminals worden niet alleen zeeschepen, maar ook binnenvaartschepen beladen en gelost. Bij belading van binnenvaartschepen komt het met enige regelmaat voor dat schade ontstaat aan het te beladen binnenschip, bijvoorbeeld door een fout van de kraanmachinist.

In de praktijk proberen containerterminals hun aansprakelijkheid voor schade uit te sluiten met algemene voorwaarden, zoals de algemene voorwaarden van de Rotterdamse Terminal Operators (VRTO voorwaarden). In die VRTO voorwaarden staan diverse uitsluitingen en beperkingen van aansprakelijkheid.

Het probleem waar een containerterminal zich mee geconfronteerd ziet is dat tussen de eigenaar van een binnenschip en de containerterminal in de regel geen overeenkomst bestaat. De terminal belaadt het binnenschip namelijk doorgaans niet in opdracht van de eigenaar van dat binnenschip, maar in opdracht van een ladingbelanghebbende (afzender of ontvanger).

Een recent vonnis van de rechtbank Rotterdam[1] ziet op die situatie. In die procedure wordt vergoeding gevorderd van schade die aan het stuurhuis van het binnenschip “Pecaro” is ontstaan bij belading van een container door een grote containerterminal. De containerterminal verweert zich met een beroep op de VRTO voorwaarden en het daarin opgenomen arbitrale beding. Dat beding heeft tot gevolg dat geschillen niet aan de burgerlijke rechter kunnen worden voorgelegd, maar uitsluitend moeten worden uitgevochten in arbitrage. De containerterminal meent dat de VRTO voorwaarden van toepassing zouden zijn omdat er in de laadplannen, laadlijsten, stuwplannen of losplannen naar werd verwezen.

De rechtbank Rotterdam maakt korte metten met dit verweer. De rechtbank maakt duidelijk dat een arbitraal beding op twee manieren overeen kan worden gekomen. Of het wordt door partijen achteraf (nadat schade is ontstaan) afgesproken, of het wordt vooraf in een contractuele rechtsverhouding overeengekomen. Volgens de rechtbank is van beide situaties geen sprake. Het effect van het toezenden van de laadplannen, laadlijsten, stuwplannen of losplannen is niet dat een overeenkomst werd gesloten. De rechtbank is daarom wel bevoegd. Betekent het feit dat er geen overeenkomst is ook dat de uitsluitingen en beperkingen van aansprakelijkheid in de VRTO voorwaarden niet gelden? Niet automatisch. Dat hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval.

Voor containerterminals blijft dit dus een ‘ongeregelde’ situatie en zij doen er verstandig aan advies in te winnen over hoe hier mee om te gaan.

* * *

[1] Rb. Rotterdam 29-01-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1057

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Heldere zaken

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2020 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden