Het Hof Den Haag legt uit: Een sinkhole is géén aardverschuiving

Februari 2021

In 2011 zakte de parkeergarage van Winkelcentrum ’t Loon te Heerlen weg. Een zinkgat, ofwel sinkhole, is de oorzaak. De VvE van het winkelcentrum doet een beroep op haar opstalverzekering. Op basis van de toepasselijke voorwaarden is zaakschade als gevolg van een ‘aardverschuiving’ gedekt. De interessante uitlegvraag: is een sinkhole een aardverschuiving?

De NBUG-voorwaarden: gedekt gevaar/gebeurtenis ‘aardverschuiving’
Voor de ontstane zaakschade doet de VvE van Winkelcentrum ’t Loon een beroep op haar Extra uitgebreide Brand Polis/opstalverzekering. De VvE en de verzekeraars worden het niet eens over de uitleg van art. 2.2.24 van de toepasselijke voorwaarden (waarvan de tekst is ontleend aan de NBUG). Art. 2.2.24 luidt, in samenhang met art. 2 als geheel, als volgt:

“Artikel 2 OMVANG VAN DE DEKKING
2.1 Dekking
Verzekerd wordt het zakelijk belang tegen schade als vermeld in artikel 2.1.1 en 2.1.2 indien en voor zover de schade het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor partijen ten tijde van het sluiten van de verzekering onzeker was dat daaruit voor verzekerde schade was ontstaan dan wel nog zou ontstaan.
2.1.1 Zaakschade
(…)
2.2 Gevaren/gebeurtenissen
(…)
2.2.24 Aardverschuiving”

Rechtbank Rotterdam: bij een sinkhole verschuift aarde
In de polisvoorwaarden is het begrip ‘aardverschuiving’ niet toegelicht. Het komt dus aan op uitleg, constateert de Rechtbank Rotterdam.[1] Volgens de rechtbank moet art. 2.2.24 worden uitgelegd met een (Haviltex-)uitlegmaatstaf waarbij objectieve factoren een rol spelen. Daarbij is de taalkundige betekenis van het woord ‘aardverschuiving’ volgens de rechtbank doorslaggevend.

Omdat de taalkundige betekenis de doorslag heeft, kijkt de rechtbank vooral naar de Van Dale. Daarin is beschreven dat een aardverschuiving een verschijnsel is waarbij de bovenste aardmassa op een steile helling omlaag schuift. Ook neemt de rechtbank de begripsomschrijvingen van ‘afschuiving’ en ‘afglijding’ mee. De rechtbank komt met de volgende technische beoordeling van de feitelijke situatie: bodemmateriaal is neerwaarts verschoven in een kokervormige structuur. Dat vindt de rechtbank ook een soort aardverschuiving, want er is aarde verschoven. Zo oordeelt de rechtbank dat de schade is ontstaan door het gedekte evenement ‘aardverschuiving’.

De VvE kon alleen alsnog geen aanspraak maken op een uitkering onder de verzekeringsovereenkomst, omdat de rechtbank ook oordeelde dat de VVE haar mededelingsplicht (ex. art. 7:928 BW) had geschonden.

Uitlegmaatstaf volgens het hof: objectieve factoren
Het hof ziet het anders.[2] Hoewel het hof ook vindt dat het bij de uitleg van het begrip aardverschuiving aankomt op een objectieve uitleg van de polisvoorwaarden, is uit het arrest af te leiden dat het hof de taalkundige betekenis niet doorslaggevend vindt. Het hof zet helder uiteen dat de uitleg van beursvoorwaarden afhangt van verschillende objectieve factoren, zoals:

  • de betekenis van het gebruikte begrip in het algemeen spraakgebruik;
  • de betekenis van het gebruikte begrip naar beursopvattingen of volgens beursgebruik (de specifieke setting);
  • het met de bepaling beoogde doel en de aard/het karakter van de verzekering.

De bewijslast ligt bij de VvE als verzekeringnemer die dekking onder de polis verlangt, benadrukt het hof. Het is dus aan de verzekeringnemers om te stellen en te bewijzen dat de schade is ontstaan als gevolg van een gedekt evenement.

Volgens het hof gaat het er in deze kwestie vooral om of het verschijnsel ‘sinkhole’ in het algemeen spraakgebruik wordt gezien als een ‘aardverschuiving’. De verschillende voorgelegde krantenartikelen en ook Wikipedia, geven geen eenduidig antwoord op die vraag. Daarom kijkt het hof óók vooral naar de begripsomschrijving in de Van Dale, maar dan niet door een taalkundige bril. Het hof neemt verder mee hoe de experts rapporteren over de oorzaak van de ontstane zaakschade. Dat in een expertiserapport overgelegd door de VvE één keer is aangegeven dat ‘bodemmateriaal neerwaarts is geschoven’, betekent nog niet dat sprake is van een aardverschuiving. Andere deskundigen spreken namelijk juist van een grote lokale verzakking die is ontstaan doordat het dak van de onderliggende Oranje Nassau-mijn was ingestort. Zo komt het hof tot het oordeel dat de schade is ontstaan door een sinkhole. Volgens het hof wordt in het algemeen spraakgebruik een sinkhole niet als een aardverschuiving gezien. Dat bij een sinkhole ook aarde kan verschuiven, maakt dat dus niet anders. En dat hier sprake is van een ‘Extra uitgebreide Brand Polis’, betekent níet dat het begrip ‘aardverschuiving’ ruim moet worden uitgelegd. Het hof neemt ook in zijn overweging mee dat de VvE níet heeft gesteld dat een ruime interpretatie van ‘aardverschuiving’ volgt uit een beursgebruik of beursopvatting in Nederland. Volgens de VvE bestaat voor het begrip aardverschuiving juist géén (bestendig) beursgebruik.

Het resultaat is dat de zaakschade niet is ontstaan als gevolg van een gedekt evenement.
Ingaan op de mededelingsplicht ex. art. 7:928 BW vindt het hof daarmee niet meer nodig.

Kortom
De rechtbank gaf de technisch taalkundige betekenis van het begrip ‘aardverschuiving’ de doorslag. Bij een sinkhole verschuift ook aarde en dus is de schade ontstaan door een aardverschuiving, vond zij. Het Hof Den Haag ziet het anders. Bij de uitleg van beursvoorwaarden spelen juist meerdere objectieve factoren een rol, waaronder het algemeen spraakgebruik. En in het algemeen spraakgebruik betekenen een sinkhole en een aardverschuiving toch echt iets anders.

* * *

[1] Rb. Rotterdam 20 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6251.
[2] Hof Den Haag 26 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:111.

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van belangrijke ontwikkelingen en updates, kunt u zich aanmelden voor onze nieuwsbrief!

©2021 Van Traa advocaten N.v. Alle rechten voorbehouden